Philip Akkerman maakte sinds 1981 ruim meer dan 10.000 zelfportretten. We kozen voor een reeks van 8 verbluffende zelfportretten op papier uit 2000/2001. Let op de details en de beheersing, maar ook op de gekte en het maakplezier.
Philip Akkerman schildert uitsluitend zelfportretten, elke werkdag tussen negen en vijf, al bijna veertig jaar lang. Hij doet dit in zijn atelier in Den Haag. Akkerman schildert met de techniek van de oude meesters, namelijk in drie stappen: eerst een tekening, dan een laag in één kleur om donker en licht te verdelen en tenslotte de kleur. Maar elk schilderij wordt dus vooraf gegaan door een tekening. En in die tekening verzint Akkerman de oplossingen die hij later in het schilderij uitvoert.
De technische opbouw van het schilderij staat dus vast, net zoals het onderwerp. Maar verder laat Akkerman zich leiden door zijn intuïtie. Hij doet ‘waar hij zin in heeft’. Akkerman gelooft niet in stijlen: “Stijlen zijn een bedenksel van de universiteit”.
Inmiddels heeft hij op deze manier al duizenden schilderijen gemaakt. Binnen de strikte beperkingen die hij zichzelf heeft opgelegd, toont hij zich een geweldenaar. De beheersing van de schildertechniek geeft een enorme vrijheid. Alles wat er in zijn hoofd opkomt kan hij nu schilderen.
Ik ben de koning van de variatie. Ik doe stomweg alles wat me te binnen schiet. Je moet jezelf niet zoeken, je moet jezelf geven!
Philip Akkerman heeft een enorme staat van dienst. Akkerman maakte vele tentoonstellingen in galeries en musea in binnen- en buitenland. Hij won onder meer de Jeanne Oosting Prijs voor de schilderkunst.
Zijn werk is opgenomen in talloze museale en particuliere collecties: Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam, Centraal Museum Utrecht, Drents Museum Assen, Ferens Art Gallery Hull, Kunstmuseum Den Haag, Herzog Anton Ulrich Museum Braunschweig, Hirshhorn Museum Washington DC, Museum Arnhem, Museum More Gorssel, New Walk Museum & Art Gallery Leicester, Rijksmuseum Amsterdam, Schunck Museum Heerlen, Stedelijk Museum Amsterdam, Teylers Museum Haarlem, Today Art Museum Beijing. De grootste verzameling van zijn schilderijen bevindt zich in de collectie van Museum Voorlinden in Wassenaar.
Hier een link naar de uitgebreide verzameling tekeningen in de collectie van het Rijksmuseum: LINK
Voorlopig wil ik alleen maar zelfportretten maken in alle technieken en stijlen. Tot ik compleet verzadigd ben. En helemaal niets meer wil en weet.
8 december 1984
Opvallend is dat zijn werk begeerd wordt door veel collega kunstenaars, hij is een echte kunstenaars-kunstenaar. Zo zijn onder meer Kaws (Brian Donnelly) en Tony Matelli fan (en verzamelaars) van zijn werk.
Philip Akkerman over de multiple die hij in 2023 speciaal voor We Like Art maakte:
“In 1981 schilderde ik mijn eerste zelfportret. Mijn instelling was conceptueel: zolang het een zelfportret was, vond ik alles prima. Tot ik een paar jaar later, bij toeval, een heel mooi schilderij maakte. Dat wilde ik nog wel een keer. Maar dat kon ik niet! Ik was een machteloze schilder.
Om daar verandering in te brengen, besloot ik me te gaan verdiepen in de techniek van het schilderen. Na enig gezoek kwam ik uit bij de techniek van de oude meesters. De oude meesters waren heel praktisch. Zij verdeelden het werk in drieën. Eerst maakten ze een tekening op ware grootte, daarna schilderden ze de grisaille, waarbij het schilderij in één kleur geschilderd werd en als laatste voegden ze de kleur toe. Op deze manier pakten ze elk probleem apart aan en kregen ze maximale controle over het resultaat."
"Voor We Like Art heb ik drie grisailles geschilderd. Die drie grisailles zijn in oplage gedrukt en daarna door mij met de hand beschilderd. Ze illustreren een belangrijk deel van mijn werkproces en het zijn stuk voor stuk unieke werkstukken.”
Ultieme vrijheid in één gezicht
Waarom zou een kunstenaar al ruim veertig jaar lang alléén maar zelfportretten schilderen? Voor Philip is die extreme focus geen ijdelheid, maar juist de ultieme vorm van vrijheid. Door de vraag wat hij gaat schilderen voor altijd te schrappen, kan hij al zijn energie en creativiteit steken in het hoe. Zijn eigen gezicht is simpelweg een vertrekpunt - een model dat altijd beschikbaar is. Binnen die strikte grens experimenteert hij er enorm op los: van klassiek realistisch tot abstract en kubistisch. Zijn monnikenwerk laat ons iets prachtigs zien: de werkelijkheid is zo oneindig rijk, dat je aan één enkel onderwerp genoeg hebt voor een heel leven vol bezielde variatie.